maandag 5 juni 2017

Ga mee op de volgende SINISTERE WANDELING

Aan het genieten van de Pinksterdagen? Fijn in de tuin zitten, een beetje schoffelen en harken om alles netjes bij te houden? Wij van Sinister Zeeland zijn benieuwd of u ook wolfskers, doornappel of dolle kervel in de tuin hebt staan.

Van die vergeten kruiden, waar in Vroeger Tijden hele interessante middeltjes van werden gemaakt. Zoals Sintepetie, oftewel het mysterieuze Poeder Der Sympathie.

Dit wondermiddeltje hielp bij allerhande kwalen zoals vervelende wonden en vervelende leugenaars, die je ermee tot een bekentenis kon dwingen. Ringrijders gebruikten het stiekem, om lekker luchtig ringen te kunnen steken. En het hielp ook tegen bezweringen, vloeken en hekserij.


Maar Zeeuwen die geloven niet in die nonsens, zegt u vast. Wij zijn nuchter en realistisch ingesteld. Dat klopt: een Middelburgse verkoper van het poeder Der Sympathie erkende na aandringen inderdaad dat hij dacht dat het niet zou werken. Toch bleef apotheker J.J. van der Harst dit middel toch nog tot ver in de 19e eeuw verkopen. Stadsmensen wisten misschien wel beter, maar die plattelanders bleven er maar naar vragen. En tja, als er vraag is, dan is er aanbod.  

Ook sympathie voor dit soort merkwaardige geschiedenisverhalen? Over heksen en tovenaars, vreemde zwendelpraktijken, terechtstellingen en bijgeloof? Toon dan uw sympathie voor Sinister Zeeland en ga mee, aanstaande donderdag in Middelburg of vrijdag in Vlissingen. 

Een spannende wandeling van anderhalf tot twee uur waarin het brave beeld van Zeeland volledig op z'n kop wordt gezegd. Verteld door een van onze twee Jannen! Vraag uw geliefde, goede vriend of of stiekeme aartsvijand - want er valt behalve veel te gniffelen ook veel te leren van al die zwartgallige praktijken. Allemaal waargebeurd uiteraard. Er zijn nog een paar plekjes vrij. Wees snel, wees snel! Misschien helpt een verkwikkend snufje Poeder van Sympathie.

IK WIL EEN TICKET!

zondag 28 mei 2017

BALLUSTRADA OP KOERS NAAR DE SCHEMERING DER TIJDEN


28.05.2017 - Eind mei verscheen het nieuwste nummer van het literaire tijdschrift Ballustrada, dat vorig najaar zijn dertigjarig jubileum vierde. De onverminderd strijdlustige columnist Minor verkondigt in deze editie dat het blad door zal gaan tot aan ‘de schemering der tijden’, want de redacteuren zijn Mannen van Papier, gehecht aan ‘tastbare exegese’. Het nieuwe nummer van het ooit in Zeeland geboren tijdschrift is als vanouds gevuld met zowel internationale als Nederlandse bijdragen.




Het voorjaarsdubbelnummer biedt zelfs twee afleveringen van de rubriek Taal Ver Taal: een grotere, waarin Stefaan van den Bremt de Mexicaanse dichter José Gorostiza voor het voetlicht brengt en een kleine, die bestaat uit een gedicht van de Ierse dichteres Doireann Ní Ghríofa, vertaald door Willem M. Roggeman. Verder is er poëzie van Jabik Veenbaas, André van der Veeke, Job Degenaar, Francisca van Vloten, Pieter Sierdsma, Peter Sas, Collectief JWJ en Kees Hermis. Proza wordt geleverd door Gert-Jan van den Bemd, Marrit Jellema, Johan Everaers, Yorgos Dalman, Jan J.B. Kuipers, Jan Roosen, Ruben Van Luijk, Kees Klok, Gert Kuipers en Frank Moree. Minor onderzoekt voorts de lotgevallen van het Zeeuws Tijdschrift, en in zijn rubriek De Juiste Verkeerde Verbanden neemt Jan Kuipers het lot van Anonymus in deze tijd van sociale media onder de loep.

Ten slotte: vaste Ballustrada-vormgever en beeldend kunstenaar Ko de Jonge start in dit nummer een nieuw project onder de naam Parts of Heaven. Vijf Europese kunstenaars hebben voor dit nummer snippers van ‘schilderwerken’ tot nieuwe werken aaneengesmeed. Onder hen Niklas Heed (Zweden) en Ptrzia Tic Tac (Duitsland).

Abonnement maar 20 euro per jaar! Meldt u aan bij avdveeke@zeelandnet.nl


dinsdag 9 mei 2017

Opnieuw sinister wandelen in Middelburg


Het is stil en de straatjes in Middelburg worden donker, waardoor ze nog nauwer lijken te zijn. De kerkklokken luiden plotseling en een groep kraaien achtervolgt ons van locatie naar locatie. Gids Jan J.B. Kuipers: “Het is overal foute boel hier, zelfs die kraaien.”


Tijdens onze laatste wandeling door Middelburg werden we de halve route achtervolgd door een grote groep kauwtjes. Normaal zijn dat heel luidruchtige vogels. Nu cirkelden ze veelal zwijgend boven de groep, vele verhalen lang. Merkwaardig, merkwaardig. Ook de Gezusters van Groôs op Zeêland reisden mee: Kim en Mel van Zweeden maakten een sfeervol verslag in woord en beeld van de wandeling door Middelburg en het ontstaan van Sinister Zeeland. Aanrader, hun digitale koffietafelboek, met de leukste pareltjes van Zeeland!

Aanstaande DONDERDAG 11 MEI wandelen we weer door Middelburg. Helaas is het nog geen weer voor een zomerjas en een lekker terrasje. Maar lekker dik ingepakt anderhalf uur langs de spannendste Zeeuwse geschiedenisverhalen slenteren, dat past eigenlijk prima bij dit frisse lenteweer.

We wandelen uitsluitend in kleine, exclusieve groepjes, omdat de gids anders te hard moet schreeuwen. Er zijn nog enkele kaarten verkrijgbaar, dus haak aan en wandel gezellig mee! Het kost je slechts een paar maal je nachtrust, al die sinistere verhalen.

IK WIL EEN TICKET!

Eerstvolgende data in MIDDELBURG: do 11 mei, do 25 mei, 19.45 uur voor het stadhuis op de Markt.

(foto H.M.D. Dekker)

maandag 8 mei 2017

Middelburgs poëziefestival op de Helm en in caesuur

In het kader van ‘stel de stad een vraag’ vond er op zaterdag 20 mei 2017 vanaf 15:00 uur een poëziefestival plaats op de Helm (plein achter de Vleeshal) in Middelburg. Het festival werd georganiseerd door Jan J.B. Kuipers.


Verslag in de PZC/op Zeeland Geboekt: klik hier

Deelnemende dichters waren: Jacoline Vlaander (vervangen door Raymond van de Ven) | Karel Leeftink | Theo Raats | Anna Schenk | Juul Kortekaas | Johan Meesters | Joop Buma | Tijs van Bragt | Marcel Koopman | Robbert Jan Swiers | Stefaan van den Bremt en Jan J.B. Kuipers zelf.

Teamcaesuur vroeg Jan J.B. Kuipers het festival te organiseren door een groep dichters bijeen te brengen en hun te vragen een ‘vraaggedicht’ te maken vanuit het thema ‘stel de stad een vraag’. Bovenstaande dichters reageerden enthousiast op zijn verzoek.

Het festival startte zaterdag 20 mei om 3 uur ’s middags op de Helm – het plein achter de Vleeshal – met voordrachten van de door de dichters gemaakte ‘vraaggedichten’.
Daarna wandelden dichters en publiek naar ruimtecaesuur aan de Lange Noordstraat 67, alwaar de dichters voordroegen uit eigen werk en we ook kennisnamen van het werk van

Elis Vermeulen | Boro
Durk van der Meer | Echo | soundscape
• • n n • • | is it safe?
Hans Overvliet | bewogen tot bewegen?

Het dichtersfestival functioneerde dus tegelijkertijd als opening van de derde presentatie van ‘stel de stad een vraag’ die loopt tot en met 11/06/’17.

Elis Vermeulen | Boro
http://www.caesuur-posethequestion.nl/2016/12/29/200517-poeziefestival-metamorfose-lokaal-ucr/

http://www.caesuur-posethequestion.nl/

Stel de stad een vraag is het derde luik van het caesuurproject ‘beelden in de openbare ruimte van Middelburg’. In het eerste (het nissenproject | 1997) schonken 14 kunstenaars [ m/v ] eenvoudigweg hun kunstwerken aan de stad. Het tweede luik (terloopsMiddelburg | 2005 – ’06) toonde wat de stad voor een 17-tal kunstenaars, schrijfsters, designers, performsters, poëten, musici, etc. in hun werk betekende. Zodoende voegden ze een nieuwe ‘kaart’ toe. 
In het onderhavige, derde luik (2016 – ’17) stellen meer dan 30 makers en maaksters uit binnen- & buitenland een aantal vragen aan de stad die normaal gesproken niet [ meer ] gesteld worden.

donderdag 27 april 2017

OPEN DE BEUK in DE WETE



Edwin Mijnsbergen op de Facebookpagina's van 'Middelburg dronk' en 'Wij zijn de stad', 27 april 2017:

"Het voormalige Middelburgse jongerencentrum (Open) De Beuk, dat tussen 1969 en 1979 was gevestigd aan het Koorkerkhof en de Herengracht, heeft bijna 40 jaar later nog steeds een cultstatus. In dat centrum kwamen en werkten veel bijzondere mensen, en er werden memorabele optredens en andere evenementen georganiseerd. Als je er nu met betrokkenen van toen over praat zie je altijd weer die glinstering in de ogen, die glimlach op de lippen. Dat maakt je nieuwsgierig, als je het zelf niet hebt meegemaakt.
De schrijver Jan JB Kuipers werkte ook in de Beuk, in de jaren 70. Hij heeft een uitstekend geheugen en kan er goed over vertellen. Des te mooier is het dat hij in het aprilnummer van De Wete, het tijdschrift van Heemkundige Kring Walcheren, een 11 pagina's tellend overzichtsartikel over De Beuk heeft geschreven, getiteld 'Paint it black. Open de Beuk 1969-1979. Hoe de revolutie in rook opging'.
Eergisteren dronk ik een biertje met Jan in De Herberg, om erover te kletsen. Jan woont tegenwoordig in Kattendijke, maar is nog regelmatig in de hoofdstad, deze keer om een route van Sinister Middelburg te verkennen. Er kwamen in dat uurtje weer heel wat namen voorbij, waarbij we bedachten hoe mooi het zou zijn om van al die betrokkenen portretjes te maken, rondom de vraag 'wat is er 40 jaar later van al die mensen geworden?' Ik vond het daarbij wel grappig dat we het bier geserveerd kregen door Ianthe van Veen, de jongste dochter van Joop van Veen, die ook onlosmakelijk is verbonden met het Beuktijdperk. Nu zij zo oud is als haar vader toen was zijn er geen jongerencentra meer, en al helemaal niet van het kaliber De Beuk. Sommige dingen veranderen wel degelijk.
Maar de herinnering is springlevend! Geniet van Jans verhaal via https://middelburgdronk.nl/wiki/images/1/16/Kuipers_De_Beuk_in_Wete_april_2017.pdf
Bedankt Jan!"
Zie hier de bespreking van het artikel op Zeeland Geboekt.

Foto Edwin Mijnsbergen

dinsdag 25 april 2017

Sinistere wandelingen Middelburg 2017

Achthonderd jaar Middelburg. Het wordt tot nu toe uiterst vrolijk en braafjes gevierd: met kinderkoortjes, wapperende vlaggen (weliswaar de bloedvlag van de Admiraliteit, maar toch) en een heus verbindend lied.

Wij gaan daar verandering in brengen! Dwaal op 28 april en 11 mei mee met het schrijverscollectief Sinister Zeeland, door de donkere krochten van Middelburg, Middelwurg, Grubbeldim zoals wij graag liefkozend zeggen. Een ghostwalk langs 13 locaties in de westelijke binnenstad van Middelburg, langs 13 sinistere verhalen. 



Achthonderd jaar stadsgeschiedenis, dat is lang niet allemaal rozengeur en manenblussersschijn: wandel mee met onze gids/schrijver Jan J.B. Kuipers en ontdek sinistere stadsfiguren, leer over brute terechtstellingen en folteringen.En hoor alles over Het Hoofd in het Bushokje.

De laatste tickets zijn in de verkoop voor 28 april en we wandelen ook weer op 11 mei. De tocht duurt 1,5 tot 2 uur en kost € 12,99 p.p.. Tickets zijn verkrijgbaar op http://www.sinisterzeeland.nl. Voor de snelle beslisser, dus neem je stille liefde mee, bel eindelijk eens die oude vriend of ga gezellig met de puberkindertjes om ze de stuipen op het lijf te jagen. Luctor et Putesco! Ik worstel en verga.


vrijdag 14 april 2017

The glow of Beacon Hill at evening

By Jan J.B. Kuipers
Published before in: Cyäegha nr 18, ‘De Lage Landen VII’, winter 2016, 2-3. A slightly different version in Dutch, 'Lovecraft in de voorhof', appeared in: Dromen vanuit R'lyeh; Wonderwaan 41, 2017, 2-5.

The Dream-Quest of Unknown Kadath has been my favourite work of fiction for years and years (a Dutch translation was published as a separate standalone paperback in 1972). Why? This is always a difficult question to answer – countless factors are involved, of which coincidence may not be the least. Of the countless books I did not read how many would have driven my favourite from its place, had I but known them? Moreover, once you have decided that a certain book is your Number One, then you tend to hold off on other likely candidates – by means of a sort of self-censorship – until the brilliance of your champion eventually begins to fade.


When I look back at Dream-Quest now, I can still perceive some of the elements that partially explain its allurement to my younger self. As a young adult I particularly liked the style of the Old Master: the abundance of adjectives, the numerous references to the ‘unspeakable’, ‘abominable’, ‘indescribable’, ‘unmentionable’ and so forth. This kind of writing undoubtedly influenced my own early fantastic fiction, as did the style of another grandmaster from the margins: the exuberant Irish-American (tall) tale-teller R.A. Lafferty. Eventually one develops one’s own style of course, and the old masters become friendly grinning, dust-covered busts on some neglected shelf.

Now I think that the real force of attraction of Dream-Quest has more to do with the visualisation
and instantiation of certain vague and invisible realities. According to the mythologist Joseph Campbell, a myth is a collective dream and a dream is a personal myth. Lovecraft certainly succeeded in bending these two poles towards each other, and perhaps even melting them together. After all, his personal mythology, partly based on his own dreams, became a collective one, once it had been made tangible through the magic of scripture. It became The Mythos: a separate literary realm to which countless authors and artists have since contributed.

The oldest and strongest emotion of mankind is fear, and the oldest and strongest kind of fear is fear of the unknown,’ Lovecraft once wrote, like some sort of personal motto to be placed above his work. Just like in other, historical mythologies, this writer banished the unknown and fear of the unknown in his made-up cosmos; he catalysed the unfathomable by erecting a wholly realistic backdrop and by providing a series of divine and demonic entities – the classic strategy of the mythological-literary imagination!

Undeniable, however, are the Christian-dualistic roots of Lovecraft’s eerie pantheon and Mythos. His Elder Gods, Ancient Ones and Great Race (I am certainly no expert!) are, as it were, more ancient than the known universe itself and know neither good nor evil, morality nor order. In this aspect they seem related to the pre-classical gods of the Mediterranean world and the Middle East, before the light of Greek philosophy fell upon them, and transformed them into childlike figures with capricious, lightly flammable moods and characters – ready to be overthrown by the solemn doctrines of Christ and his Church. These pre-classical gods were also beyond good and evil, because ancient man knew very well that the gift of life came hand in hand with the gift of suffering and death. Pandora’s box had a deep, deep meaning.



These gods often united, under a single guise, the blessings of life and prosperity with the doom of loss and destruction. The ethical distinction between good and evil only became evident later on with the growth of Hebrew and Christian monotheism. And we all know to which side Cthulhu and his creeping, sleeping, swarming and despicable legion belong, from a human point of view. They have only doom and destruction to offer, and are very obvious personifications of evil, as perceived by the Christian tradition; and of fear of the unknown – which in its ultimate form is death itself. But, like in any mythology, their creation also leads to their exorcism. Horror of the unseen made visible, is horror made innocuous. In mythology, and in literature, diagnosis is the cure.

Outside of the English-speaking world many authors have also racked their brains about the meaning and scope of Lovecraft’s Mythos, and, of course, about the fabulous dream adventures of Randolph Carter. In H.P. Lovecraft: Contre le monde, contre la vie (‘H. P. Lovecraft: Against the World, Against Life’, 1991), Michel Houellebecq approaches Lovecraft and his Mythos from the escapist point of view. Rejection and repulsion of the world are overcome by the sublimation of its horrors – the romantic strategy par excellence. 

Flemish writer Hubert Lampo dived deeper into the psyche in De Zwanen van Stonehenge (‘The Swans of Stonehenge’, 1972), a ‘reading book on magic realism and fantastic literature’. He was heavily influenced by Swiss psychiatrist Carl-Gustav Jung's theory of archetypes and the collective unconscious, and attributed the whole branch of fantastic literature he was writing about to ‘the creative process of the unconscious’. To him, Lovecraft was one of the most pre-eminent examples of this process – but he was also, simultaneously, an author who could not be restricted to any frame of interpretation, ‘because he did not seem to fit entirely within this world’. Lovecraft was, in the words of Jacques Bergier, and quoted by Lampo, ‘ce grand genie venu d’ailleurs’ (‘that great genius from somewhere else’).

These are but a few examples. But then again, what is my own current attitude towards Lovecraft and the Mythos? What is the attitude of a lover of the sea towards the writings of one who – according to Lampo – greatly feared the Ocean and all that comes from it? Well, the old master still holds a fascination for me, albeit from a distance. Certainly the ‘extended life’ quality of fiction plays a part here. In Elk moment de dageraad (‘Each Moment a New Dawn’, 1997), an essay on Henry David Thoreau in my book Methoden tegen de helderheid (‘Methods Against Clarity’, 2014) I stated that one’s aspirations, dreams, longings and fantasies are an integral, if not essential, part of one’s biography. The banal reality of our day-to-day life is merely one part of the multidimensional play that is our existence. But, when I went back and glanced through my copy of Kadath, and my eye fell upon a seemingly random passage, I suddenly saw that in a way anyone who has ever been ‘afflicted’ with a sense of the fantastic and of what has gone before, comes 'from somewhere else’. In Lovecraft’s case a particular forecourt of the fantastic turned out to be of critical importance to him: a proneness to nostalgia, a hopeless resistance against the dwindling and disappearance of the things that we love, the things that are inextricably intertwined with our lives. This hopeless resistance against transitoriness is of course a resistance against death.

It is in this dimly lit forecourt of the mind, where remembrance melts into imagination, that I can appreciate Lovecraft best. It is the place where the passage that struck me at random was born: ‘At the last, he was very certain, the seeker would long only for the early remembered scenes; the glow of Beacon Hill at evening, the tall steeples and winding hill streets of quaint Kingsport, the hoary gambrel roofs of ancient and witch-haunted Arkham, and the blessed miles of meads and valleys where stone walls rambled and white farmhouse gables peeped out from bowers of verdure.